this website uses cookies to ensure you get the best experience.

Heleen
Works

2025

Symphony for one hundred citizens and a traffic light

with Thomas Verstraeten

Theatre,
Composition

Symphony for one hun­dred cit­i­zens and a traf­fic light con­sists of a large-scale sym­pho­ny of every­day urban sounds and a video instal­la­tion. One hun­dred city dwellers from all cor­ners of Antwerp each play their own instru­ment’. No vio­lins, wood­winds and per­cus­sion on stage, but cars with a growl­ing engine, a sun­ny ter­race with clink­ing glass­es, bark­ing dogs, a wheeled suit­case glid­ing over the cob­ble­stones, a singing street gui­tarist, a road­work­er with a jack­ham­mer, a clock strik­ing 12 o’clock, whistling birds … All the instru­ments togeth­er on the stage of the Blue Hall form a sculp­tur­al col­lage of the city.

Antwerp-based the­atre-mak­er, actor and visu­al artist Thomas Verstraeten is part of the­atre col­lec­tive FC Bergman, but already cre­at­ed extra­or­di­nary hap­pen­ings in DE SINGEL with his solo work. Now he is cre­at­ing a new met­ro­pol­i­tan project with com­pos­er Heleen Van Haegenborgh. 

Text: De SINGEL


Program text by Katherina Lindekens in Dutch


De stad als symfonie 


1.1. Adagio langzame inleiding 


Dit ver­haal begint zeven jaar gele­den in Antwerpen. Theatermaker en beeldend kun­ste­naar Thomas Verstraeten wan­delt op de Meir, hoort zijn favori­ete gitarist spe­len en bli­jft staan om te luis­teren. Plots merkt hij ze op: een verre sirene, in per­fecte har­monie met de song van de straat­muzikant. Iets dichter­bij begint een hond te blaf­fen. Een drilboor zet een basli­jn in. Alsof het uni­ver­sum aan het prat­en was’, herin­nert Verstraeten zich dit bij­zon­dere moment. Het deed hem denken aan een iconis­che per­for­mance waarover hij net had gelezen: in 1922 dirigeerde Arseny Avraamov in Bakoe zijn Symphony of Sirens, een mega­lo­mane com­posi­tie voor scheepshoorns, fab­rieksmo­toren, kanon­nen en aller­lei andere instru­menten, naast een 5000-kop­pig koor. 


De samen­loop van omstandighe­den brengt Verstraeten op een idee. Hij zoekt een foto van een sym­fonisch ork­est en maakt er een col­lage mee. Alle instru­menten overkleeft hij met stedelijke alter­natieven. Waar ooit cello’s te zien waren, staan nu fiet­sen en motors; pauken wer­den graaf­ma­chines; vio­lis­ten veran­der­den in straat­muzikan­ten. Het is een indrin­gend beeld. Ik dacht: wat als we Avraamovs exper­i­ment op de spits dri­jven, en de stad bin­nen­halen in de con­certza­al?’ De vraag belandt bij Hendrik Storme, directeur van DE SINGEL, die meteen ent­hou­si­ast is. Hij bracht me in con­tact met com­pon­iste Heleen Van Haegenborgh’, vertelt Verstraeten. Het was een soort Blind Date op kan­toor, met Hendrik in de rol van Ingeborg (lacht).’ Het resul­taat van die ont­moet­ing is de gloed­nieuwe Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light. 


1.2. Allegroceci n’est pas une symphonie 


Dit exper­i­ment is bei­de mak­ers op het lijf geschreven. Naast zijn werk met het gezelschap FC Bergman creëert Thomas Verstraeten geregeld pro­jecten in samen­werk­ing met (vaak grote groepen) stads­be­won­ers. Familiestraat (2021), bijvoor­beeld, was een zes uur durende per­for­mance met 250 inwon­ers uit zijn eigen straat in de Seefhoek. En voor De parade van man­nen, vrouwen en diege­nen die vanu­it de verte op vliegen lijken (2017) filmde hij een optocht van 1000 Antwerpenaren, ingedeeld in 50 fic­tieve cat­e­gorieën. Het was een ode aan de stedelijke diver­siteit én een com­men­taar op de soms beperk­ende con­cepten die onze taal en ons denken over de pub­lieke ruimte kleuren. De stadssym­fonie is een logisch ver­volg op dit gedachte-exper­i­ment, zegt Verstraeten. Bleven de ver­schil­lende maatschap­pelijke groepen in De parade nog net­jes geschei­den, dan komen ze hier in elka­ars vaar­wa­ter. Hun gelu­iden moeten samen tot klinken komen om de sym­fonie haar werk te lat­en doen.’ 


Heleen Van Haegenborgh op haar beurt is alti­jd gefasci­neerd geweest door de wis­sel­w­erk­ing tussen muziek en con­crete gelu­iden. Niet toe­val­lig studeerde ze als pianiste af met werk van John Cage, de 20e-eeuwse com­pon­ist die de defin­i­tie van muziek open­trok tot elke vorm van gelu­id en (relatieve) stilte erin paste. Als com­pon­iste kop­pelt ze expressieve impact aan een gren­zeloze nieuws­gierigheid naar klank. Haar vroege werk voor scheepshoorns situeerde zich op het kruis­punt tussen muziek en omgev­ings­gelu­id. En in Squaring the Circle (2022), een werk voor per­cussie, gebruik­te ze klankkleur en ritme als voor­naam­ste struc­tu­ur­principes. Allicht kon ze toen niet ver­moe­den hoe snel die aan­pak opnieuw van pas zou komen – tot Hendrik Storme haar de col­lage toonde voor Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light. 


Van meet af aan stond vast dat deze nieuwe pro­duc­tie een sym­fonie zou wor­den. Het genre staat te boek als hét icoon van het instru­men­tale reper­toire en de burg­er­lijke muziek­cul­tu­ur. Het kreeg zijn klassieke vorm in de han­den van Mozart, Haydn en tijdgenoten, en begaf zich met Beethoven, Brahms en vele naza­t­en op steeds avon­tu­urlijk­er ter­rein. Van Haegenborgh daagde zichzelf uit om het klassieke sil­hou­et als fun­da­ment te omar­men. Ik wilde trouw bli­jven aan de vierdelige sym­fonie, met haar spel van tegen­stellin­gen en her­halin­gen. Zo schreef ik het eerste deel in de typ­is­che sonat­evorm, met twee con­trasterende thema’s die wor­den voorgesteld, doorgew­erkt en hernomen.’


2. Adagioeen samen­klank van kleuren 


Het woord sym­fonie’ heeft wor­tels in het Griekse sún’ (‘samen, tegelijk’) en phō’ (klank, gelu­id). Welke vor­men kan die samen-klank aan­nemen wan­neer het ork­est niet uit strijk­ers, blaz­ers en slag­w­erk bestaat, maar uit auto’s, machines en een bouww­erf? De klassieke tonale har­monie is hier natu­urlijk niet aan de orde’, legt Van Haegenborgh uit, want de enige tra­di­tionele instru­menten in ons ork­est zijn die van de straat­muzikan­ten. Maar ik kon het principe wel toepassen op klankkleur. Zo heb ik gezocht naar mengk­leuren, waar­bij totaal ver­schil­lende gelu­iden samen een nieuwe, unieke klank vor­men. Daarnaast speel ik met kleur­mod­u­laties.’ Het tweede deel, bijvoor­beeld, is een atmos­ferische time­lapse van schemer­ing tot dager­aad, met een hoof­drol voor regen. Daarvan mod­uleert Van Haegenborgh de kleur door de drup­pels op steeds wis­se­lende onder­gron­den te lat­en vallen. 


Het kleuren­palet van de stadssym­fonie kwam gelei­delijk aan tot stand. Maandenlang wan­delden de regis­seur en de com­pon­iste door de strat­en, en stu­ur­den elka­ar foto’s, video’s en field record­ings. Hun missie: zoveel mogelijk mensen en hun gelu­iden leren ken­nen. De orkestli­jst leest als een log­boek van tien­tallen ont­moetin­gen, met wegen­werk­ers, hiphop­pers, bouw­vakkers, motor­ri­jders, ker­misuit­baters, schoon­mak­ers, schilders, fit­nessers, stu­den­ten en tal­loze andere burg­ers. Ik vind het een voor­recht om in con­tact te komen met werelden die niet de mijne zijn’, zegt Verstraeten. Van Haegenborgh deelt dat gevoel. Elke nieuwe ken­nis­mak­ing, elk nieuw ver­haal vulde een puzzel­stuk­je in mijn ver­beeld­ing in.’ 


Voor alle deel­ne­mers schreef de com­pon­iste een par­tij op maat, die de volle rijk­dom van hun vertrouwde instru­ment laat horen. Ook dat was een uit­gangspunt van dit project: de spel­ers spe­len niet in the­atrale zin, maar voeren hun dagelijkse activiteit­en uit met de vir­tu­ositeit die hen daar­bij eigen is. Elk van deze mensen staat voor ons op gelijke hoogte met pak­weg een vio­list die jaren­lang heeft ges­tudeerd’, zegt Verstraeten. Ook een wegen­werk­er heeft zich geduldig bek­waamd in het zo effi­ciënt mogelijk opvullen van een gat in het asfalt. Ik vind het ontroerend om mensen te zien doen wat ze graag en goed doen.’ 


Ook achter de scher­men voltrokken zich huzaren­stuk­jes. Alle betrokken medew­erk­ers van DE SINGEL en Toneelhuis verzetten bergen (soms haast let­ter­lijk) om de scenografie van deze pro­duc­tie tot lev­en te wekken. Dat was een van de fijn­ste aspecten van het werkpro­ces’, vertelt Van Haegenborgh, die een typ­is­che ver­gader­ing beschri­jft: We zit­ten met een enorm team aan tafel, en het gaat over een glas­bol. Thomas vraagt welke kleur die zal hebben. Ik vraag uit welk mate­ri­aal hij zal bestaan en hoe dat zal klinken. En de tech­nisch pro­duc­tielei­der vraagt: Kan dat ding in stukken, zodat we het bin­nen kri­j­gen?” Zo hebben we de kracht­en gebun­deld, elk vanu­it onze eigen expertise.’ 


3. Scherzotussen lev­en en kunst 


Tussen mak­ers en uitvo­erders ontstond een cir­cu­laire dynamiek. De com­pon­iste stip­pelde een tra­ject uit voor elke deel­ne­mer, met duidelijke richtli­j­nen. Omgekeerd werd het muzikale mate­ri­aal bepaald door de instru­menten, han­delin­gen en mogelijkhe­den van de spel­ers. De par­ti­tu­ur laveert dan ook tussen beperk­ing en vri­jheid, tussen orde en chaos – geor­gan­iseerde chaos’, knipoogt Van Haegenborgh. Volgens Verstraeten schip­pert een stad sowieso tussen die twee polen. Enerzijds moet je je in het stedelijke weef­sel aan heel veel regels houden. Sociale regels, ver­keer­sregels, noem maar op. Anderzijds heerst in de stad ook totale chaos. Zoveel mensen kruisen elka­ars pad, elk met hun eigen plan­nen en belan­gen. Op een gemid­delde ocht­end kom je op straat zow­el dolende ravers tegen als mensen in pakken op weg naar kan­toor.’ Eenzelfde ruimte wordt door ver­schil­lende indi­viduen en gemeen­schap­pen bevolkt – nu eens tegelijk­er­ti­jd, dan weer afwisselend. 


Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light ontvouwt zich als een menselijke estafette in voort­durende trans­for­matie. Nu eens zoomt de com­posi­tie in op één of meerdere instru­menten­groepen, dan weer komen alle spel­ers samen in col­lec­tieve tut­ti-pas­sages. Sommige ritmes en fras­es staan metic­uleus geno­teerd; op andere momenten is er ruimte voor vri­je han­delin­gen of impro­visaties. Het derde deel van de sym­fonie – tra­di­tion­eel rit­misch en dansant – is een opzwepende trip waarin alledaagse han­delin­gen vrolijk wor­den gestapeld op een onder­huids zin­derende puls. 


En zo bal­anceert dit werk op de grens tussen kun­st en werke­lijkheid – de intrigerende schemer­zone waar Thomas Verstraeten zich zo goed thuis voelt. Je vertrekt van het lev­en, dat zich voor je neus afspeelt in alle spon­tan­iteit en mor­sigheid. Daar maak je the­ater van, door het te abstra­heren en in een bepaalde vorm te gieten. In dit geval: een orkest­par­ti­tu­ur. Maar het echte lev­en zal onver­mi­jdelijk weer inbreken in de gefor­maliseerde set­ting van het con­cert, het décor, het pub­liek. Ik hoop eigen­lijk zelfs dat dat zal gebeuren.’ Heleen Van Haegenborgh is ook nieuws­gierig naar die andere gri­jze zone: Hoe abstract zal het con­crete voe­len, en hoe con­creet het abstracte? Zullen we de beweg­in­gen van straatveg­ers en petan­quers als muziek per­cip­iëren? Zullen we een muzikale con­struc­tie horen of de real­is­tis­che sound­scape van een stad?’ 


4. Finaleeen­heid in verscheidenheid 


De sound­scape: het is een tweede tra­di­tie waarmee deze pro­duc­tie resoneert. Van Clément Janequins renais­sancechan­son Les Cris de Paris tot György Ligeti’s Le Grand Macabre met zijn glan­srol voor 12 clax­ons: de con­crete werke­lijkheid sijpelt van oud­sh­er door in de muziek. Soms wordt die realiteit zélf muziek, bijvoor­beeld als grond­stof van de musique con­crète, in het werk van John Cage, in de sound­walks van Hildegard Westerkamp of in de deep lis­ten­ing scores van Pauline Oliveros. 


Vandaag lijkt de sound­scape aan­weziger dan ooit, als muzikaal genre en als voor­w­erp van ecol­o­gis­che, maatschap­pelijke en medis­che reflec­tie. Door te luis­teren naar het land­schap kun­nen we steeds beter vast­stellen hoe oorver­dovend het ver­lies aan bio­di­ver­siteit klinkt. Ander voor­beeld: als je met je buren praat over de gelu­iden in je wijk, ont­dek je dat luis­ter­houdin­gen niet uni­verseel zijn, maar gek­leurd door ieders per­soon­lijke geschiede­nis. De sirene van een poli­tiecom­bi heeft niet voor elke burg­er dezelfde con­no­tatie. Ook de impact van gelu­idsover­last op onze gezond­heid wordt van­daag onder­zocht. Maar zelfs dat is geen ondubbelzin­nig ver­haal. Drijft de noise van een autosnel­weg de ene tot wan­hoop, dan wordt de ander er net rustig van. De sound­scape kan een uitn­odig­ing zijn om na te denken over onze plek in de omgev­ing die we delen met mensen, dieren, planten, machines en andere schepsels. 


Volgens diri­gent Tom De Cock is Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light een muzikaal en democ­ra­tisch exper­i­ment, met het ork­est als maatschap­pelijk schaalmod­el. Hoe mak­en 100 mensen die elka­ar niet ken­nen samen muziek? Hoe zullen de con­ser­va­to­ri­um­stu­den­ten die alles mee in goede banen lei­den zich ver­houden tot de andere uitvo­erders? Hoe zorg je ervoor dat alle deel­ne­mers gelijk­waardig wor­den ingezet, en dat ze max­i­maal zichzelf kun­nen zijn? Hoe bewaar je het even­wicht tussen orde en spon­tan­iteit? Het wordt een goed geor­gan­iseerd mierennest’, lacht De Cock. 


Elk van de musi­ci is een onmis­bare schakel in het rader­w­erk. Dat is bij uit­stek voel­baar in het vierde deel, dat een ode brengt aan het col­lec­tief. In mijn ogen is elke deel­ne­mer zow­el hoof­drol­spel­er als fig­u­rant’, zegt Van Haegenborgh. Individu en gemeen­schap mak­en elka­ar mogelijk. Dat is het prachtige aan de microkos­mos van een ork­est’, vult Verstraeten aan. Nobody cares wie van de tweede violen het mooist speelt. Dat stemt ned­erig, en daar gaat het voor mij ook over: hoe kun je van­daag – nu sol­i­dariteit een vies woord is gewor­den – bij elka­ar komen en muziek mak­en? Er is niets mooiers dan met anderen een samen­klank vormen.’ 


Codaexper­i­ment voor een geschikt moment 


Je loopt door de stad en wacht bij een ver­keer­slicht om over te steken. Wat hoor je? 



— Katherina Lindekens


Credits

  • Concept and direction
    Thomas Verstraeten
  • Composition
    Heleen Van Haegenborgh
  • Performance
    habitants of the city of Antwerpstudents of the Royal Conservatoire of Antwerpstudents of the Conservatoire of Ghentstudents of the Conservatoire of Brusselsmusical
  • Conductor
    Tom De Cock
  • Dramaturgy
    Katherina Lindeken, Seckou Ouologuem

Wannes Cré

Wannes Cré

Wannes Cré

Wannes Cré

Wannes cré

Wannes Cré

Dieter Daniels

Past Agenda

21
12
2025 15:00

Symphony for one hun­dred cit­i­zens and a traf­fic light + Thomas Verstraeten

Toneelhuis/De Singel, conducted by Tom De Cock

Blauwe Zaal, De Singel

20
12
2025 20:00

Symphony for one hun­dred cit­i­zens and a traf­fic light + Thomas Verstraeten

Toneelhuis/ De Singel, conducted by Tom De Cock

Blauwe Zaal De Singel, Antwerp