Symphony for one hundred citizens and a traffic light + Thomas Verstraeten
Toneelhuis/De Singel, conducted by Tom De Cock
Blauwe Zaal, De Singel
with Thomas Verstraeten
Symphony for one hundred citizens and a traffic light consists of a large-scale symphony of everyday urban sounds and a video installation. One hundred city dwellers from all corners of Antwerp each play their own ‘instrument’. No violins, woodwinds and percussion on stage, but cars with a growling engine, a sunny terrace with clinking glasses, barking dogs, a wheeled suitcase gliding over the cobblestones, a singing street guitarist, a roadworker with a jackhammer, a clock striking 12 o’clock, whistling birds … All the instruments together on the stage of the Blue Hall form a sculptural collage of the city.
Antwerp-based theatre-maker, actor and visual artist Thomas Verstraeten is part of theatre collective FC Bergman, but already created extraordinary happenings in DE SINGEL with his solo work. Now he is creating a new metropolitan project with composer Heleen Van Haegenborgh.
Text: De SINGEL
Program text by Katherina Lindekens in Dutch
De stad als symfonie
1.1. Adagio – langzame inleiding
Dit verhaal begint zeven jaar geleden in Antwerpen. Theatermaker en beeldend kunstenaar Thomas Verstraeten wandelt op de Meir, hoort zijn favoriete gitarist spelen en blijft staan om te luisteren. Plots merkt hij ze op: een verre sirene, in perfecte harmonie met de song van de straatmuzikant. Iets dichterbij begint een hond te blaffen. Een drilboor zet een baslijn in. ‘Alsof het universum aan het praten was’, herinnert Verstraeten zich dit bijzondere moment. Het deed hem denken aan een iconische performance waarover hij net had gelezen: in 1922 dirigeerde Arseny Avraamov in Bakoe zijn Symphony of Sirens, een megalomane compositie voor scheepshoorns, fabrieksmotoren, kanonnen en allerlei andere instrumenten, naast een 5000-koppig koor.
De samenloop van omstandigheden brengt Verstraeten op een idee. Hij zoekt een foto van een symfonisch orkest en maakt er een collage mee. Alle instrumenten overkleeft hij met stedelijke alternatieven. Waar ooit cello’s te zien waren, staan nu fietsen en motors; pauken werden graafmachines; violisten veranderden in straatmuzikanten. Het is een indringend beeld. ‘Ik dacht: wat als we Avraamovs experiment op de spits drijven, en de stad binnenhalen in de concertzaal?’ De vraag belandt bij Hendrik Storme, directeur van DE SINGEL, die meteen enthousiast is. ‘Hij bracht me in contact met componiste Heleen Van Haegenborgh’, vertelt Verstraeten. ‘Het was een soort Blind Date op kantoor, met Hendrik in de rol van Ingeborg (lacht).’ Het resultaat van die ontmoeting is de gloednieuwe Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light.
1.2. Allegro – ceci n’est pas une symphonie
Dit experiment is beide makers op het lijf geschreven. Naast zijn werk met het gezelschap FC Bergman creëert Thomas Verstraeten geregeld projecten in samenwerking met (vaak grote groepen) stadsbewoners. Familiestraat (2021), bijvoorbeeld, was een zes uur durende performance met 250 inwoners uit zijn eigen straat in de Seefhoek. En voor De parade van mannen, vrouwen en diegenen die vanuit de verte op vliegen lijken (2017) filmde hij een optocht van 1000 Antwerpenaren, ingedeeld in 50 fictieve categorieën. Het was een ode aan de stedelijke diversiteit én een commentaar op de soms beperkende concepten die onze taal en ons denken over de publieke ruimte kleuren. De stadssymfonie is een logisch vervolg op dit gedachte-experiment, zegt Verstraeten. ‘Bleven de verschillende maatschappelijke groepen in De parade nog netjes gescheiden, dan komen ze hier in elkaars vaarwater. Hun geluiden moeten samen tot klinken komen om de symfonie haar werk te laten doen.’
Heleen Van Haegenborgh op haar beurt is altijd gefascineerd geweest door de wisselwerking tussen muziek en concrete geluiden. Niet toevallig studeerde ze als pianiste af met werk van John Cage, de 20e-eeuwse componist die de definitie van muziek opentrok tot elke vorm van geluid en (relatieve) stilte erin paste. Als componiste koppelt ze expressieve impact aan een grenzeloze nieuwsgierigheid naar klank. Haar vroege werk voor scheepshoorns situeerde zich op het kruispunt tussen muziek en omgevingsgeluid. En in Squaring the Circle (2022), een werk voor percussie, gebruikte ze klankkleur en ritme als voornaamste structuurprincipes. Allicht kon ze toen niet vermoeden hoe snel die aanpak opnieuw van pas zou komen – tot Hendrik Storme haar de collage toonde voor Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light.
Van meet af aan stond vast dat deze nieuwe productie een symfonie zou worden. Het genre staat te boek als hét icoon van het instrumentale repertoire en de burgerlijke muziekcultuur. Het kreeg zijn klassieke vorm in de handen van Mozart, Haydn en tijdgenoten, en begaf zich met Beethoven, Brahms en vele nazaten op steeds avontuurlijker terrein. Van Haegenborgh daagde zichzelf uit om het klassieke silhouet als fundament te omarmen. ‘Ik wilde trouw blijven aan de vierdelige symfonie, met haar spel van tegenstellingen en herhalingen. Zo schreef ik het eerste deel in de typische sonatevorm, met twee contrasterende thema’s die worden voorgesteld, doorgewerkt en hernomen.’
2. Adagio – een samenklank van kleuren
Het woord ‘symfonie’ heeft wortels in het Griekse ‘sún’ (‘samen, tegelijk’) en ‘phōné’ (klank, geluid). Welke vormen kan die samen-klank aannemen wanneer het orkest niet uit strijkers, blazers en slagwerk bestaat, maar uit auto’s, machines en een bouwwerf? ‘De klassieke tonale harmonie is hier natuurlijk niet aan de orde’, legt Van Haegenborgh uit, ‘want de enige traditionele instrumenten in ons orkest zijn die van de straatmuzikanten. Maar ik kon het principe wel toepassen op klankkleur. Zo heb ik gezocht naar mengkleuren, waarbij totaal verschillende geluiden samen een nieuwe, unieke klank vormen. Daarnaast speel ik met kleurmodulaties.’ Het tweede deel, bijvoorbeeld, is een atmosferische timelapse van schemering tot dageraad, met een hoofdrol voor regen. Daarvan moduleert Van Haegenborgh de kleur door de druppels op steeds wisselende ondergronden te laten vallen.
Het kleurenpalet van de stadssymfonie kwam geleidelijk aan tot stand. Maandenlang wandelden de regisseur en de componiste door de straten, en stuurden elkaar foto’s, video’s en field recordings. Hun missie: zoveel mogelijk mensen en hun geluiden leren kennen. De orkestlijst leest als een logboek van tientallen ontmoetingen, met wegenwerkers, hiphoppers, bouwvakkers, motorrijders, kermisuitbaters, schoonmakers, schilders, fitnessers, studenten en talloze andere burgers. ‘Ik vind het een voorrecht om in contact te komen met werelden die niet de mijne zijn’, zegt Verstraeten. Van Haegenborgh deelt dat gevoel. ‘Elke nieuwe kennismaking, elk nieuw verhaal vulde een puzzelstukje in mijn verbeelding in.’
Voor alle deelnemers schreef de componiste een partij op maat, die de volle rijkdom van hun vertrouwde instrument laat horen. Ook dat was een uitgangspunt van dit project: de spelers spelen niet in theatrale zin, maar voeren hun dagelijkse activiteiten uit met de virtuositeit die hen daarbij eigen is. ‘Elk van deze mensen staat voor ons op gelijke hoogte met pakweg een violist die jarenlang heeft gestudeerd’, zegt Verstraeten. ‘Ook een wegenwerker heeft zich geduldig bekwaamd in het zo efficiënt mogelijk opvullen van een gat in het asfalt. Ik vind het ontroerend om mensen te zien doen wat ze graag en goed doen.’
Ook achter de schermen voltrokken zich huzarenstukjes. Alle betrokken medewerkers van DE SINGEL en Toneelhuis verzetten bergen (soms haast letterlijk) om de scenografie van deze productie tot leven te wekken. ‘Dat was een van de fijnste aspecten van het werkproces’, vertelt Van Haegenborgh, die een typische vergadering beschrijft: ‘We zitten met een enorm team aan tafel, en het gaat over een glasbol. Thomas vraagt welke kleur die zal hebben. Ik vraag uit welk materiaal hij zal bestaan en hoe dat zal klinken. En de technisch productieleider vraagt: “Kan dat ding in stukken, zodat we het binnen krijgen?” Zo hebben we de krachten gebundeld, elk vanuit onze eigen expertise.’
3. Scherzo – tussen leven en kunst
Tussen makers en uitvoerders ontstond een circulaire dynamiek. De componiste stippelde een traject uit voor elke deelnemer, met duidelijke richtlijnen. Omgekeerd werd het muzikale materiaal bepaald door de instrumenten, handelingen en mogelijkheden van de spelers. De partituur laveert dan ook tussen beperking en vrijheid, tussen orde en chaos – ‘georganiseerde chaos’, knipoogt Van Haegenborgh. Volgens Verstraeten schippert een stad sowieso tussen die twee polen. ‘Enerzijds moet je je in het stedelijke weefsel aan heel veel regels houden. Sociale regels, verkeersregels, noem maar op. Anderzijds heerst in de stad ook totale chaos. Zoveel mensen kruisen elkaars pad, elk met hun eigen plannen en belangen. Op een gemiddelde ochtend kom je op straat zowel dolende ravers tegen als mensen in pakken op weg naar kantoor.’ Eenzelfde ruimte wordt door verschillende individuen en gemeenschappen bevolkt – nu eens tegelijkertijd, dan weer afwisselend.
Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light ontvouwt zich als een menselijke estafette in voortdurende transformatie. Nu eens zoomt de compositie in op één of meerdere instrumentengroepen, dan weer komen alle spelers samen in collectieve tutti-passages. Sommige ritmes en frases staan meticuleus genoteerd; op andere momenten is er ruimte voor vrije handelingen of improvisaties. Het derde deel van de symfonie – traditioneel ritmisch en dansant – is een opzwepende trip waarin alledaagse handelingen vrolijk worden gestapeld op een onderhuids zinderende puls.
En zo balanceert dit werk op de grens tussen kunst en werkelijkheid – de intrigerende schemerzone waar Thomas Verstraeten zich zo goed thuis voelt. ‘Je vertrekt van het leven, dat zich voor je neus afspeelt in alle spontaniteit en morsigheid. Daar maak je theater van, door het te abstraheren en in een bepaalde vorm te gieten. In dit geval: een orkestpartituur. Maar het echte leven zal onvermijdelijk weer inbreken in de geformaliseerde setting van het concert, het décor, het publiek. Ik hoop eigenlijk zelfs dat dat zal gebeuren.’ Heleen Van Haegenborgh is ook nieuwsgierig naar die andere grijze zone: ‘Hoe abstract zal het concrete voelen, en hoe concreet het abstracte? Zullen we de bewegingen van straatvegers en petanquers als muziek percipiëren? Zullen we een muzikale constructie horen of de realistische soundscape van een stad?’
4. Finale – eenheid in verscheidenheid
De soundscape: het is een tweede traditie waarmee deze productie resoneert. Van Clément Janequins renaissancechanson Les Cris de Paris tot György Ligeti’s Le Grand Macabre met zijn glansrol voor 12 claxons: de concrete werkelijkheid sijpelt van oudsher door in de muziek. Soms wordt die realiteit zélf muziek, bijvoorbeeld als grondstof van de musique concrète, in het werk van John Cage, in de soundwalks van Hildegard Westerkamp of in de deep listening scores van Pauline Oliveros.
Vandaag lijkt de soundscape aanweziger dan ooit, als muzikaal genre en als voorwerp van ecologische, maatschappelijke en medische reflectie. Door te luisteren naar het landschap kunnen we steeds beter vaststellen hoe oorverdovend het verlies aan biodiversiteit klinkt. Ander voorbeeld: als je met je buren praat over de geluiden in je wijk, ontdek je dat luisterhoudingen niet universeel zijn, maar gekleurd door ieders persoonlijke geschiedenis. De sirene van een politiecombi heeft niet voor elke burger dezelfde connotatie. Ook de impact van geluidsoverlast op onze gezondheid wordt vandaag onderzocht. Maar zelfs dat is geen ondubbelzinnig verhaal. Drijft de noise van een autosnelweg de ene tot wanhoop, dan wordt de ander er net rustig van. De soundscape kan een uitnodiging zijn om na te denken over onze plek in de omgeving die we delen met mensen, dieren, planten, machines en andere schepsels.
Volgens dirigent Tom De Cock is Symphony for One Hundred Citizens and a Traffic Light een muzikaal en democratisch experiment, met het orkest als maatschappelijk schaalmodel. Hoe maken 100 mensen die elkaar niet kennen samen muziek? Hoe zullen de conservatoriumstudenten die alles mee in goede banen leiden zich verhouden tot de andere uitvoerders? Hoe zorg je ervoor dat alle deelnemers gelijkwaardig worden ingezet, en dat ze maximaal zichzelf kunnen zijn? Hoe bewaar je het evenwicht tussen orde en spontaniteit? ‘Het wordt een goed georganiseerd mierennest’, lacht De Cock.
Elk van de musici is een onmisbare schakel in het raderwerk. Dat is bij uitstek voelbaar in het vierde deel, dat een ode brengt aan het collectief. ‘In mijn ogen is elke deelnemer zowel hoofdrolspeler als figurant’, zegt Van Haegenborgh. Individu en gemeenschap maken elkaar mogelijk. ‘Dat is het prachtige aan de microkosmos van een orkest’, vult Verstraeten aan. ‘Nobody cares wie van de tweede violen het mooist speelt. Dat stemt nederig, en daar gaat het voor mij ook over: hoe kun je vandaag – nu solidariteit een vies woord is geworden – bij elkaar komen en muziek maken? Er is niets mooiers dan met anderen een samenklank vormen.’
Coda – experiment voor een geschikt moment
Je loopt door de stad en wacht bij een verkeerslicht om over te steken. Wat hoor je?
— Katherina Lindekens
Wannes Cré
Wannes Cré
Wannes Cré
Wannes Cré
Wannes cré
Wannes Cré
Dieter Daniels
Toneelhuis/De Singel, conducted by Tom De Cock
Blauwe Zaal, De Singel
Toneelhuis/ De Singel, conducted by Tom De Cock
Blauwe Zaal De Singel, Antwerp